
Jonge dichter Alexis de Roode, inmiddels in de top tien van een grote boekhandel in Utrecht, blijkt goed leesbaar. We waren al verknocht aan hem omdat hij zulke leuke evenementen organiseerde. In april verscheen bundel twee. SAP heeft hem uit.
tekst: Joris Michels | portretfoto Alexis: Keke Keukelaar
Niettegenstaande de tweeledige titel 'Stad en Land', is deze bundel als een drieluik opgezet. Het eerste gedeelte, met zeven gedichten, heet Mens. Het tweede, met twintig gedichten, heet Stad. Het deel Land telt twaalf gedichten. Op zich is de afbakening tussen de drie onderdelen vooral een ruimtelijke. In alle delen komt de liefde wel een keer ter sprake, in verschillende delen worden dode of stervende bomen bezongen. De eenheid van de bundel loopt door de onderdelen heen.
In deze bundel lijkt Alexis op zoek naar 'de menselijke maat'. Hij treft de mens tussen stad en land, tussen leven en dood en af en toe ontroerend in de menselijke kleinheid. Soms bekruipt de bladerende lezer het gevoel dat de volgende strofe een platvloerse breuk zou kunnen herbergen. Het filosofische is net wel plastisch, net niet esoterisch. Het werk wint daarmee sterk aan uitdrukkingskracht. De beelden zijn sterk, en daarmee de geloofwaardigheid.
In 'de menselijke maat' geeft Alexis ons een plekje. Dat doet hij schattig en concreet. Maar dit is niet de enige toon die hij beheerst. Het is soms net of hij van de hem en de lezer bekende werkelijkheid een raadsel maken wil. Sommige gedichten - zoals Icarus - voelen goed, maar laten zich niet tot nauwelijks analyseren. Het is niet onmogelijk zich Alexis als Icarus voor te stellen: "dansend met speels gemak van ruisende tak - naar wiegende top, hoog boven – mensen en straten verheven maar met – fladderend, bladerend leven omgeven."
Weet je wat ik het mooist vind? Het 'gedicht voor je ogen'. En de eerste strofe dan vooral. De pagina erna: 'Als'; dit is het gedicht van een slamkampioen. Waarlijk wervelende werkelijkheidsbeschrijving, vloeiend, een asthmatischer mens dan Alexis zou erin stikken, of zich minstens verslikken. Net als verderop 'File' leent het zich sterk voor een voordracht op podium, zonder dat het misstaat op papier. Tijdens 'Wondermachine' herkende ik mezelf in de trein op het laatste stuk vanuit het westen naar Utrecht, langs het kanaal en de weilanden. De meest voor de hand liggende associatie bij dit gedicht is met treinen. Het beeld van een geliefde biedt zich ook aan. Een treinromance? Zou maar zo kunnen.
In het gedicht 'De Stad', waar het tweede luik mee opent, trof ik wat woorden die ik moest googlen om ze een plaats te geven. 'Erwald' ja, een kennelijke persoonsnaam, en 'Milfrith', wat een vrouwelijke naam lijkt, in ieder geval afgaand op de tekst: "Ik, Erwald, zag vruchtbare grond – in Milfrith, en velde voor haar een eik – waarop zij haar benen spreidde." Google biedt echter alleen wat dode legendarische koningen met die naam, koning Milfrith. Als je Erwald en Milfrith samen googlet, oppert Google "Bedoelde u: Ehrwald Milfrith". Nee, dat bedoelde ik niet, bovendien geeft dat geen enkel resultaat. Hoe werkt Google?! Ook zonder deze namen precies te kunnen plaatsen vond ik dit één van de mooiste (want toegankelijkste?) gedichten. Grasduinend door de bundel kwam ik nog wat prettigheden tegen. In 'Voorjaar': "De lucht is groot en onmetelijk koel". Wat heerlijk om de lucht op te kunnen vatten als 'groot'! Spits ben je dan hoor.
Na dit prachtige even een kritische noot. Een beukennoot. 'Voor de eerste beuk van de laan' is als gedicht niet onaardig. De tekst leent zich prima voor een liedje. Van de Poema's, Van Dik Hout, Acda & zo. Blöf zelfs. Het is toegankelijk, poëtisch, gevoelig, milieubewust. Als gedachte en als gedicht is het op zijn minst prijzenswaardig, als liedje zou het hartverscheurend tranen trekken. Wel integer dan eigenlijk om het in deze bundel onder te brengen!
Zijn wij dan - wij, de mensen - zo verworden? Zijn wij een authentieke sprankel kwijt? Kunnen we alleen in geleende termen het leven denken? Is ironie wat overblijft als de ziel door het putje weggespoeld is? Gatverdamme! Laat je dan nog maar even vastpakken door Alexis. Hij kan het asfalt verteerbaar maken, de Lidl een attractie. Heel eerlijk weigert hij zijn gevoel voor humor in te zetten om de problemen van deze maatschappij weg te lachen. Op snedige wijze snijdt hij ze aan; de maatschappij wordt niet afgeserveerd, maar even smakelijk lachen mag wel.
tekst: Joris Michels | portretfoto Alexis: Keke Keukelaar
Niettegenstaande de tweeledige titel 'Stad en Land', is deze bundel als een drieluik opgezet. Het eerste gedeelte, met zeven gedichten, heet Mens. Het tweede, met twintig gedichten, heet Stad. Het deel Land telt twaalf gedichten. Op zich is de afbakening tussen de drie onderdelen vooral een ruimtelijke. In alle delen komt de liefde wel een keer ter sprake, in verschillende delen worden dode of stervende bomen bezongen. De eenheid van de bundel loopt door de onderdelen heen. In deze bundel lijkt Alexis op zoek naar 'de menselijke maat'. Hij treft de mens tussen stad en land, tussen leven en dood en af en toe ontroerend in de menselijke kleinheid. Soms bekruipt de bladerende lezer het gevoel dat de volgende strofe een platvloerse breuk zou kunnen herbergen. Het filosofische is net wel plastisch, net niet esoterisch. Het werk wint daarmee sterk aan uitdrukkingskracht. De beelden zijn sterk, en daarmee de geloofwaardigheid.
In 'de menselijke maat' geeft Alexis ons een plekje. Dat doet hij schattig en concreet. Maar dit is niet de enige toon die hij beheerst. Het is soms net of hij van de hem en de lezer bekende werkelijkheid een raadsel maken wil. Sommige gedichten - zoals Icarus - voelen goed, maar laten zich niet tot nauwelijks analyseren. Het is niet onmogelijk zich Alexis als Icarus voor te stellen: "dansend met speels gemak van ruisende tak - naar wiegende top, hoog boven – mensen en straten verheven maar met – fladderend, bladerend leven omgeven."
Weet je wat ik het mooist vind? Het 'gedicht voor je ogen'. En de eerste strofe dan vooral. De pagina erna: 'Als'; dit is het gedicht van een slamkampioen. Waarlijk wervelende werkelijkheidsbeschrijving, vloeiend, een asthmatischer mens dan Alexis zou erin stikken, of zich minstens verslikken. Net als verderop 'File' leent het zich sterk voor een voordracht op podium, zonder dat het misstaat op papier. Tijdens 'Wondermachine' herkende ik mezelf in de trein op het laatste stuk vanuit het westen naar Utrecht, langs het kanaal en de weilanden. De meest voor de hand liggende associatie bij dit gedicht is met treinen. Het beeld van een geliefde biedt zich ook aan. Een treinromance? Zou maar zo kunnen.
In het gedicht 'De Stad', waar het tweede luik mee opent, trof ik wat woorden die ik moest googlen om ze een plaats te geven. 'Erwald' ja, een kennelijke persoonsnaam, en 'Milfrith', wat een vrouwelijke naam lijkt, in ieder geval afgaand op de tekst: "Ik, Erwald, zag vruchtbare grond – in Milfrith, en velde voor haar een eik – waarop zij haar benen spreidde." Google biedt echter alleen wat dode legendarische koningen met die naam, koning Milfrith. Als je Erwald en Milfrith samen googlet, oppert Google "Bedoelde u: Ehrwald Milfrith". Nee, dat bedoelde ik niet, bovendien geeft dat geen enkel resultaat. Hoe werkt Google?! Ook zonder deze namen precies te kunnen plaatsen vond ik dit één van de mooiste (want toegankelijkste?) gedichten. Grasduinend door de bundel kwam ik nog wat prettigheden tegen. In 'Voorjaar': "De lucht is groot en onmetelijk koel". Wat heerlijk om de lucht op te kunnen vatten als 'groot'! Spits ben je dan hoor.
Na dit prachtige even een kritische noot. Een beukennoot. 'Voor de eerste beuk van de laan' is als gedicht niet onaardig. De tekst leent zich prima voor een liedje. Van de Poema's, Van Dik Hout, Acda & zo. Blöf zelfs. Het is toegankelijk, poëtisch, gevoelig, milieubewust. Als gedachte en als gedicht is het op zijn minst prijzenswaardig, als liedje zou het hartverscheurend tranen trekken. Wel integer dan eigenlijk om het in deze bundel onder te brengen!
Zijn wij dan - wij, de mensen - zo verworden? Zijn wij een authentieke sprankel kwijt? Kunnen we alleen in geleende termen het leven denken? Is ironie wat overblijft als de ziel door het putje weggespoeld is? Gatverdamme! Laat je dan nog maar even vastpakken door Alexis. Hij kan het asfalt verteerbaar maken, de Lidl een attractie. Heel eerlijk weigert hij zijn gevoel voor humor in te zetten om de problemen van deze maatschappij weg te lachen. Op snedige wijze snijdt hij ze aan; de maatschappij wordt niet afgeserveerd, maar even smakelijk lachen mag wel.




