Onterecht Ongelezen Rode Zeep 00-00-0000

In de serie 'Onterecht Ongelezen Boeken' bespreekt literatuurredacteur Frank Heinen boeken die niet meer zomaar verkrijgbaar zijn in iedere boekhandel. Ze zijn verdrongen door de Kluuns, de Saskia Noorts en de Khaled Hosseini’s. Er staat hoogstens nog een beduimeld exemplaar in de plaatselijke bibliotheek. Er wordt niet meer over het boek gesproken of geschreven. Ten onrechte, want de boeken in deze serie verdienen (hernieuwde) aandacht. In deel 6: Rode Zeep van Arjan Witte.
Tekst: Frank Heinen

Het moet een surreële ervaring geweest zijn om in de jaren tachtig in de Utrechtse wijk Zuilen te wonen. Groepjes jongens en meisjes, ware ‘gangs’, die samenkomen in een snackbar. Scharrelaartjes, kleine criminelen die luisteren naar namen als Heisse, Coens en Van der Vlist. Het zijn de hoofdpersonen in het boek Rode Zeep van Utrechter Arjan Witte, die voor deze sfeertekening kon putten uit de jaren die hij zelf in de ietwat verpauperde wijk aan de rand van Utrecht doorbracht.

MAFFIA
Daar waar het Amsterdam-Rijnkanaal dobbert, proberen de jongens uit de arbeidershuisjes hun schrale inkomens en uitkeringen aan te vullen door af en toe eens een lading sterke drank of drugs te verpatsen. Soms is er ruzie, soms is het gezellig, maar altijd is er de lethargie van de ghetto, waar niemand iets te doen heeft en toekomstperspectieven onbestaand zijn.

Arjan Witte maakte ooit deel uit van de Utrecht Maffia. Dat was níet de benaming voor de groep op de criminaliteit en werkloosheid afkoersende jongeren uit Zuilen, maar voor de club jonge schrijvers die in de jaren ’90 het literaire leven in Utrecht bepaalden. Theatercafé De Bastaard was de vaste “hang-out” van de groep, waartoe ook: Ingmar Heytze, Manon Uphoff, Jerry Goossens, Tommy Wieringa, Hagar Peeters en Ronald Giphart behoorden.

Allemaal auteurs die ‘goed terechtgekomen zijn’; het zijn belangrijke romanschrijvers, goede dichters of invloedrijke columnisten geworden. De groep van toen is volwassen geworden, maar niet bij iedereen liep de lijn van de literaire carriere in een rechte lijn omhoog. Witte, maar bijvoorbeeld ook Xander Michiel Beute, zijn na een veelbelovend begin uit beeld geraakt.

VRIJSTAAT
Samen met Wieringa richtte Witte indertijd bijvoorbeeld het literaire tijdschrift Vrijstaat Austerlitz op. Het was de Volkskrant die in 1998 een recensie aan het blad wijdde. De krant signaleerde echter dat de bladredactie ‘meer moest doen dan het publiceren van een willekeurige verzameling van uiteenlopende teksten’.

Naast zijn werk voor Vrijstaat Austerlitz, publiceerde Witte nog een roman, Huurder, en een dichtbundel, Kikkerbloed. Na die publicaties eind jaren ’90 verdween Witte van het literaire podium. Zijn website, http://members.lycos.nl/Arjanwitte/arjan_web.htm, is al jaren niet meer geüpdate.

IS ER EEN TOEKOMST MET OF NA ARMSTRONG?
De laatste jaren is Witte regelmatig te zien geweest als bandlid van Spinvis, maar daar niet alleen: ook op De Parade of Lowlands gaf hij sporadisch actief-literair acte-de-présence. De roman ‘Noem nooit Louis Armstrong’ is volgens zijn website al jaren ‘in de maak’, maar het is de vraag of hij er ooit komt. Witte lijkt met Rode Zeep zijn grootste literaire succes te hebben gehad.

Rode Zeep is dan ook een