'Begeerte heeft ons aangeraakt'
Bert Natter
18-08-2009
"Iets wat mislukt, zorgt altijd voor een opening"
Een donderdagmiddag in juli. Drukkend warm. Er komt een man het terras van De Rechtbank opgelopen. Hij draagt een lichtblauw T-shirt met opdruk en een colbertje. Zijn haar is langer dan op de foto op de achterflap van zijn debuut. ‘Hoi, ik ben Bert.’
tekst: Frank Heinen
Het is nog geen week geleden dat Bert Natters debuutroman 'Begeerte heeft ons aangeraakt' genomineerd werd voor de Selexyz Debuutprijs. Natter is van de generatie-Giphart, een beginnende veertiger dus, ouder dan de gemiddelde debutant. Het scheelde overigens maar weinig of hij had als mid-twintiger al een boek op zijn naam gehad.
‘Ik schreef een roman toen ik 25, 26 was, net zo oud dus als Ronald (Giphart, FH), die toen al mijn beste vriend was. Maar toen ik het overlas, vond ik het niet goed genoeg. Ronald deed met 'Ik ook van jou' echt iets nieuws, zijn manier van schrijven was vernieuwend. Ik besloot mijn manuscript opzij te leggen. Nog niet goed genoeg.’
GENIALE GEK
Nu, vijftien jaar later, ligt Natters debuut er dan toch. 'Begeerte heeft ons aangeraakt' gaat over Lucas Hunthgburth, conservator oude muziekinstrumenten in een museum. Wanneer hem ter ore komt dat er zich in een gehuchtje in Groningen wel eens een zeldzaam klavecimbel zou kunnen bevinden, vertrekt hij spoorslags noordwaarts. Hij raakt verstrikt in de besognes van de familie Dembeck, een op z’n zachtst gezegd wonderlijke familie.
Natter: ‘Een van de eerste ideeën was dat van de geniale gek. Iemand die een ongelooflijk talent voor iets heeft. Meestal zijn dat mannen, bij mij is het een vrouw. Dido Dembeck heet ze en ze is een wereldberoemd klavecimbelspeelster geweest. Als Lucas haar ontmoet, is ze al gek. Ik denk dat “psychotisch” de juiste term is.
Eerst dacht ik dat ze dood was toen het verhaal begon, maar dat heb ik al snel veranderd. Dido moest leven, op die manier kon mijn roman ook een liefdesgeschiedenis worden. Het perspectief van Lucas als de relatieve buitenstaander geeft haar verhaal meer dramatiek. Voor deze en andere ideeën heb ik veel klassieken herlezen. Aristoteles bijvoorbeeld en zijn visie op de Oedipus-mythe. Maar ook Orpheus en Eurydice, een verhaal waarop ik deels het liefdesverhaal van Dido en Lucas heb geïnspireerd – hoewel ik dat gaandeweg losliet toen ik merkte dat ik mijn eigen verhaal moest vertellen.’
SNEL, VEEL EN SCHRAPPEN
Het boek was in zijn ruwe versie bijna twee keer zo dik, vertelt de schrijver. Hoe was hij in staat zó’n groot deel rücksichtslos uit het uiteindelijke werk te deleten?
‘Als ik schrijf, schrijf ik snel en veel. Op die manier heb je al na een paar maanden een behoorlijke lap tekst. Dat maakt het misschien makkelijker. Bovendien, je moet schrappen, iedere schrijver moet tot doel hebben om een elke zin te schrappen die je kunt weglaten zonder dat het boek als geheel aan te tasten – ook dat lees je al in de Poetica van Aristoteles.
Overigens, het boek waar ik nu mee bezig ben, heb ik laatst helemaal omgegooid. Dat moet je soms doen. En, iets wat mislukt, zorgt altijd voor een opening. Dat vind ik juist het spannende.’
NOG NIET KLAAR
Natters debuut verschilt van veel andere debuten. In hoeveel boeken is er een belangrijke rol weggelegd voor een zeventiende-eeuws klavecimbel? Of voor het Noord-Groningse land? Of voor twee pauwen?
Een bewuste keuze, aldus Natter. ‘Veel debutanten beperken zich vaak tot autobiografisch werk. Dat kan goed zijn, maar je maakt het jezelf erg moeilijk omdat je geneigd zult zijn alles wat je te vertellen hebt in dat eerste boek te zetten en bovendien zal de lezer jouw verhaal naast andere autobiografische romans leggen, zoals De avonden van Reve. Dat was bij mijn eerste mislukte boek ook het geval, dat zat heel dicht op mijn eigen belevenissen. Ik wilde graag schrijven, maar ik was er nog niet klaar voor – misschien wel stilistisch, maar niet inhoudelijk. Ik zie het ook aan de eerste twee boeken van Tommy Wieringa; daar is hij nog helemaal niet de schrijver die hij zich in zijn drie laatste romans betoont.’
VUURWERK & BORSTEN
Een andere uitzonderlijkheid in Natters eersteling is de aanwezigheid van de Enschedese vuurwerkramp.
‘Ik vind dat zoiets vreemds: bij mijn weten ben ik de eerste en de enige schrijver die ooit over de vuurwerkramp heeft geschreven – op een prachtig gedicht van Willem Wilmink na. Begeerte heeft ons aangeraakt gáát dan misschien niet over de vuurwerkramp, die ramp speelt natuurlijk wel een essentiële rol. Met name voor Lucas, wiens soms afwijkende gedrag te verklaren valt door het trauma dat hij daarbij heeft opgelopen.’
Bij die ramp in de Enschedese wijk Roombeek verliest Lucas zijn beste vriend Zwier, succesvol schilder, die uitsluitend doeken aflevert met vrouwenborsten erop. Borsten in alle soorten en maten, waarmee hij veel geld en aanzien verwerft.
‘Daarmee probeer ik een beetje aan te geven hoe ik tegenover conceptuele kunst sta. Het is me soms een beetje te makkelijk, om als kunstenaar iemand die heel goed kan glasblazen een glazen pik van twee meter te laten maken. Dan mis je ook waar we het net over hadden, namelijk dat een mislukking tijdens het scheppingsproces wel eens een veel beter resultaat zou kunnen opleveren.’
ENGAGEMENT?
Thomas Vaessens (Hoogleraar Moderne Letterkunde aan de UvA) pleit voor meer ‘actualiteit’ en engagement in de literatuur in zijn boek De revanche van de roman. Natter schrijft weliswaar over de Vuurwerkramp, maar is het toch niet met Vaessens eens.
‘Engagement veronderstelt stellingname en ook het idee dat je met een roman, een kunstwerk als een symfonie, zou willen proberen een bijdrage te leveren aan een maatschappelijke kwestie, of zelfs door middel van je boek mensen hun mening zou willen laten herzien. Ik vind dat je als schrijver maar één doel moet hebben als je begint met schrijven en dat is het schrijven van een zo goed mogelijke roman.
De reden dat ik schrijf over Enschede, is omdat er zo ontzettend veel kanten aan zo’n ramp zitten die literair heel interessant zijn. Hoe meer ik las over die ontploffing, des te interessanter werd het. Overigens werd ik al lezende ook almaar meer verontwaardigd over de gang van zaken destijds. Hoe kan het dat er midden in een woonwijk – op de afstand van ons tafeltje tot die boom daar (nauwelijks vijftien meter, FH) duizenden kilo’s vuurwerk opgeslagen ligt? De voornaamste reden is natuurlijk dat het een wijk was waar mensen woonden die het maatschappelijk niet zo getroffen hadden. Stond er zo’n opslag in de buurt van het Wilhelminapark in Utrecht, of in een andere wijk waar veel raadsleden, doktoren en advocaten wonen, dan was-ie binnen een maand weg. Maar nogmaals, die particuliere opwinding vind ik literair dus niet zo interessant. En die opwinding van mij als burger vind je dan ook niet terug in mijn roman – al zeg ik er in interviews zoals dit wel iets over.’
Dus het is niet zo dat Natter van tevoren had bedacht dat hij een actuele ramp in zijn roman wilde hebben?
‘Nee, ik moest aan de lezer verantwoorden waarom Lucas doet wat-ie doet. Toen kreeg ik het idee van Enschede, doordat ik toevallig, jaren na de ramp in die wijk verzeild raakte. Een bijkomend voordeel is natuurlijk dat iedereen zich die vreselijke beelden van die ramp herinnert en dus draagt een scène die daarover gaat bij aan de geloofwaardigheid van het boek. De lezer zal Lucas zien lopen door die hel van Enschede, net na de grote ontploffing.’
HET LAND IN
Begeerte werd het succes waarop Natter hoopte. Lovende recensies, nominaties voor belangrijke literaire prijzen en een mooi verkoopsucces. Zoals alle succesvolle schrijvers, trekt Natter ook wel eens ‘het land in’, maar hij doet dat in de stijl van zijn boek. Ánders.
‘Ik treed op samen met Menno van Delft. Menno is een hele goede klavecinist. Ik lees, hij speelt stukken die in mijn boek voorkomen. Dat zijn mooie avonden, ook al omdat er mensen in de zaal zitten die eigenlijk niet voor mij komen, maar voor het klavecimbelspel. Op die manier ontmoet ik ook mensen die mijn boek nog gáán lezen in plaats van mensen die al enthousiast zijn.
Tijdens zo’n optreden, kies ik de fragmenten die ik voorlees met zorg. Niet teveel grappige scènes, niet te veel gelach, want dat past niet bij de setting. We doen het niet zo heel vaak meer, omdat ik hard aan het werk ben aan mijn tweede roman en zo’n optreden vaak een hele dag en soms nog langer in beslag neemt.’
Die tweede roman gaat over een operaregisseur die op een begrafenis mensen uit zijn verleden tegenkomt. ‘Ik kan er natuurlijk nog niet teveel over vertellen, want ik ben pas halverwege, maar de titel wordt Hoe staat het met de liefde? Ik ben een jaar bezig en denk nog een jaar nodig te hebben.’
De serveerster van De Rechtbank zet de laatste twee biertjes neer, Natters volgende afspraak kan er ieder moment zijn.
Twee minuten later loopt Ronald Giphart het terras op. Schrijver, BN-er, hobbykok, columnist, performer. Maar ook: meelezer van Bert Natter. Dat moet een mooi baantje zijn.
reacties: 1
| reageer
Een donderdagmiddag in juli. Drukkend warm. Er komt een man het terras van De Rechtbank opgelopen. Hij draagt een lichtblauw T-shirt met opdruk en een colbertje. Zijn haar is langer dan op de foto op de achterflap van zijn debuut. ‘Hoi, ik ben Bert.’
tekst: Frank Heinen
Het is nog geen week geleden dat Bert Natters debuutroman 'Begeerte heeft ons aangeraakt' genomineerd werd voor de Selexyz Debuutprijs. Natter is van de generatie-Giphart, een beginnende veertiger dus, ouder dan de gemiddelde debutant. Het scheelde overigens maar weinig of hij had als mid-twintiger al een boek op zijn naam gehad.‘Ik schreef een roman toen ik 25, 26 was, net zo oud dus als Ronald (Giphart, FH), die toen al mijn beste vriend was. Maar toen ik het overlas, vond ik het niet goed genoeg. Ronald deed met 'Ik ook van jou' echt iets nieuws, zijn manier van schrijven was vernieuwend. Ik besloot mijn manuscript opzij te leggen. Nog niet goed genoeg.’
GENIALE GEK
Nu, vijftien jaar later, ligt Natters debuut er dan toch. 'Begeerte heeft ons aangeraakt' gaat over Lucas Hunthgburth, conservator oude muziekinstrumenten in een museum. Wanneer hem ter ore komt dat er zich in een gehuchtje in Groningen wel eens een zeldzaam klavecimbel zou kunnen bevinden, vertrekt hij spoorslags noordwaarts. Hij raakt verstrikt in de besognes van de familie Dembeck, een op z’n zachtst gezegd wonderlijke familie.
Natter: ‘Een van de eerste ideeën was dat van de geniale gek. Iemand die een ongelooflijk talent voor iets heeft. Meestal zijn dat mannen, bij mij is het een vrouw. Dido Dembeck heet ze en ze is een wereldberoemd klavecimbelspeelster geweest. Als Lucas haar ontmoet, is ze al gek. Ik denk dat “psychotisch” de juiste term is.
Eerst dacht ik dat ze dood was toen het verhaal begon, maar dat heb ik al snel veranderd. Dido moest leven, op die manier kon mijn roman ook een liefdesgeschiedenis worden. Het perspectief van Lucas als de relatieve buitenstaander geeft haar verhaal meer dramatiek. Voor deze en andere ideeën heb ik veel klassieken herlezen. Aristoteles bijvoorbeeld en zijn visie op de Oedipus-mythe. Maar ook Orpheus en Eurydice, een verhaal waarop ik deels het liefdesverhaal van Dido en Lucas heb geïnspireerd – hoewel ik dat gaandeweg losliet toen ik merkte dat ik mijn eigen verhaal moest vertellen.’
SNEL, VEEL EN SCHRAPPEN
Het boek was in zijn ruwe versie bijna twee keer zo dik, vertelt de schrijver. Hoe was hij in staat zó’n groot deel rücksichtslos uit het uiteindelijke werk te deleten?
‘Als ik schrijf, schrijf ik snel en veel. Op die manier heb je al na een paar maanden een behoorlijke lap tekst. Dat maakt het misschien makkelijker. Bovendien, je moet schrappen, iedere schrijver moet tot doel hebben om een elke zin te schrappen die je kunt weglaten zonder dat het boek als geheel aan te tasten – ook dat lees je al in de Poetica van Aristoteles.
Overigens, het boek waar ik nu mee bezig ben, heb ik laatst helemaal omgegooid. Dat moet je soms doen. En, iets wat mislukt, zorgt altijd voor een opening. Dat vind ik juist het spannende.’
NOG NIET KLAAR
Natters debuut verschilt van veel andere debuten. In hoeveel boeken is er een belangrijke rol weggelegd voor een zeventiende-eeuws klavecimbel? Of voor het Noord-Groningse land? Of voor twee pauwen?
Een bewuste keuze, aldus Natter. ‘Veel debutanten beperken zich vaak tot autobiografisch werk. Dat kan goed zijn, maar je maakt het jezelf erg moeilijk omdat je geneigd zult zijn alles wat je te vertellen hebt in dat eerste boek te zetten en bovendien zal de lezer jouw verhaal naast andere autobiografische romans leggen, zoals De avonden van Reve. Dat was bij mijn eerste mislukte boek ook het geval, dat zat heel dicht op mijn eigen belevenissen. Ik wilde graag schrijven, maar ik was er nog niet klaar voor – misschien wel stilistisch, maar niet inhoudelijk. Ik zie het ook aan de eerste twee boeken van Tommy Wieringa; daar is hij nog helemaal niet de schrijver die hij zich in zijn drie laatste romans betoont.’
VUURWERK & BORSTEN
Een andere uitzonderlijkheid in Natters eersteling is de aanwezigheid van de Enschedese vuurwerkramp.
‘Ik vind dat zoiets vreemds: bij mijn weten ben ik de eerste en de enige schrijver die ooit over de vuurwerkramp heeft geschreven – op een prachtig gedicht van Willem Wilmink na. Begeerte heeft ons aangeraakt gáát dan misschien niet over de vuurwerkramp, die ramp speelt natuurlijk wel een essentiële rol. Met name voor Lucas, wiens soms afwijkende gedrag te verklaren valt door het trauma dat hij daarbij heeft opgelopen.’Bij die ramp in de Enschedese wijk Roombeek verliest Lucas zijn beste vriend Zwier, succesvol schilder, die uitsluitend doeken aflevert met vrouwenborsten erop. Borsten in alle soorten en maten, waarmee hij veel geld en aanzien verwerft.
‘Daarmee probeer ik een beetje aan te geven hoe ik tegenover conceptuele kunst sta. Het is me soms een beetje te makkelijk, om als kunstenaar iemand die heel goed kan glasblazen een glazen pik van twee meter te laten maken. Dan mis je ook waar we het net over hadden, namelijk dat een mislukking tijdens het scheppingsproces wel eens een veel beter resultaat zou kunnen opleveren.’
ENGAGEMENT?
Thomas Vaessens (Hoogleraar Moderne Letterkunde aan de UvA) pleit voor meer ‘actualiteit’ en engagement in de literatuur in zijn boek De revanche van de roman. Natter schrijft weliswaar over de Vuurwerkramp, maar is het toch niet met Vaessens eens.
‘Engagement veronderstelt stellingname en ook het idee dat je met een roman, een kunstwerk als een symfonie, zou willen proberen een bijdrage te leveren aan een maatschappelijke kwestie, of zelfs door middel van je boek mensen hun mening zou willen laten herzien. Ik vind dat je als schrijver maar één doel moet hebben als je begint met schrijven en dat is het schrijven van een zo goed mogelijke roman.
De reden dat ik schrijf over Enschede, is omdat er zo ontzettend veel kanten aan zo’n ramp zitten die literair heel interessant zijn. Hoe meer ik las over die ontploffing, des te interessanter werd het. Overigens werd ik al lezende ook almaar meer verontwaardigd over de gang van zaken destijds. Hoe kan het dat er midden in een woonwijk – op de afstand van ons tafeltje tot die boom daar (nauwelijks vijftien meter, FH) duizenden kilo’s vuurwerk opgeslagen ligt? De voornaamste reden is natuurlijk dat het een wijk was waar mensen woonden die het maatschappelijk niet zo getroffen hadden. Stond er zo’n opslag in de buurt van het Wilhelminapark in Utrecht, of in een andere wijk waar veel raadsleden, doktoren en advocaten wonen, dan was-ie binnen een maand weg. Maar nogmaals, die particuliere opwinding vind ik literair dus niet zo interessant. En die opwinding van mij als burger vind je dan ook niet terug in mijn roman – al zeg ik er in interviews zoals dit wel iets over.’
Dus het is niet zo dat Natter van tevoren had bedacht dat hij een actuele ramp in zijn roman wilde hebben?
‘Nee, ik moest aan de lezer verantwoorden waarom Lucas doet wat-ie doet. Toen kreeg ik het idee van Enschede, doordat ik toevallig, jaren na de ramp in die wijk verzeild raakte. Een bijkomend voordeel is natuurlijk dat iedereen zich die vreselijke beelden van die ramp herinnert en dus draagt een scène die daarover gaat bij aan de geloofwaardigheid van het boek. De lezer zal Lucas zien lopen door die hel van Enschede, net na de grote ontploffing.’
HET LAND IN
Begeerte werd het succes waarop Natter hoopte. Lovende recensies, nominaties voor belangrijke literaire prijzen en een mooi verkoopsucces. Zoals alle succesvolle schrijvers, trekt Natter ook wel eens ‘het land in’, maar hij doet dat in de stijl van zijn boek. Ánders.
‘Ik treed op samen met Menno van Delft. Menno is een hele goede klavecinist. Ik lees, hij speelt stukken die in mijn boek voorkomen. Dat zijn mooie avonden, ook al omdat er mensen in de zaal zitten die eigenlijk niet voor mij komen, maar voor het klavecimbelspel. Op die manier ontmoet ik ook mensen die mijn boek nog gáán lezen in plaats van mensen die al enthousiast zijn.
Tijdens zo’n optreden, kies ik de fragmenten die ik voorlees met zorg. Niet teveel grappige scènes, niet te veel gelach, want dat past niet bij de setting. We doen het niet zo heel vaak meer, omdat ik hard aan het werk ben aan mijn tweede roman en zo’n optreden vaak een hele dag en soms nog langer in beslag neemt.’
Die tweede roman gaat over een operaregisseur die op een begrafenis mensen uit zijn verleden tegenkomt. ‘Ik kan er natuurlijk nog niet teveel over vertellen, want ik ben pas halverwege, maar de titel wordt Hoe staat het met de liefde? Ik ben een jaar bezig en denk nog een jaar nodig te hebben.’
De serveerster van De Rechtbank zet de laatste twee biertjes neer, Natters volgende afspraak kan er ieder moment zijn.
Twee minuten later loopt Ronald Giphart het terras op. Schrijver, BN-er, hobbykok, columnist, performer. Maar ook: meelezer van Bert Natter. Dat moet een mooi baantje zijn.
locker
02-10-2009
interessant. zie ook boekenopener.punt.nl
interessant. zie ook boekenopener.punt.nl



