Home / literatuur-lezing / Huis vd Poëzie 2011
De poëzie regeert
Huis vd Poëzie 2011
3-2-2011 | literatuur-lezing |
Rond vijf uur ‘s middags wordt er getwitterd dat de lustrumeditie van het Huis van de Poëzie uitverkocht is. Drie uur later stromen de 650 bezoekers het Utrechtse stadhuis binnen: Dichters laat je horen!
tekst: Hanna Vlaming | foto’s: Liesbeth Meenink

Op zijn gemakje
Wat is er lekkerder dan onvoorbereid naar een festival te gaan en alles onverstoord over je heen te laten komen? Het Huis van de Poëzie leent zich uitstekend voor een dergelijk onbekommerd rondzwerven. De locaties waar het Huis zich elk jaar voor een korte tijd vestigt spelen hier een belangrijke rol in. Het Huis nodigt je uit in gebouwen die je zonder een bepaalde fetisj niet snel van binnen ziet, zoals Sterrenwacht Sonnenborgh (2007), het Geldmuseum (2008) en Grand Hotel Karel V (2010). Ook het Utrechtse stadhuis is zo’n locatie waar je nooit echt doordringt tot de achterkamertjespolitiek. Vanavond wel.
In de Grote Hal start om acht uur precies de opening met gast en gastheer Aleid Wolfsen, die ons met wat Sinterklaasrijm en een grote glimlach verwelkomt. Onze eerste Dichter des Vaderlands, Gerrit Komrij, volgt hem op met een grauw gedicht over Utrecht. Ten slotte worden we nog getrakteerd op stadsdichter van Utrecht, Ingmar Heytze.
Dan breekt er toch langzamerhand een lichte vorm van paniek uit. Het programmaboekje doorbladerend leert dat er tijdens de opening al van alles begonnen is. En die achterkamertjes zijn ook daadwerkelijk kamertjes voor soms slechts max. 40 mensen.

De spurt erin
Het rondzwerven wordt een haastige speurtocht die van de overvolle Raadzaal naar de “okay nog twee plaatsen” volle Perszaal leidt: Salon Saffier presenteert Jan Jacob Slauerhoff. Salon Saffier is een klein theater dat aandacht geeft aan dode of in de vergetelheid geraakte schrijvers. Biograaf Wim Hazeu doet een boekje open over het leven en werk van de wereldreiziger en befaamd dichter Slauerhoff. Acteur Boris van den Wijngaard brengt Slauerhoff tot leven door in de gedachtes van de dichter te kruipen.
Van deze geschiedenisles in de oude kamer van de burgemeester wordt de tocht voortgezet naar de alom presente Joost Zwagerman. Er staat een enorme rij geïnteresseerden en met een beetje machtsmisbruik blijken ook hier nog net twee staanplaatsen vrij te zijn. Zwagerman zit aan het hoofd van de amandelvormige tafel, zijn fans om hem heen geschaard. Hij begint met gedichten uit zijn vroege periode, zoals de bundel De ziekte van jij (1988). Het zijn gedichten over een hevige liefde die haatdragender worden wanneer het Jij vertrokken is. Gniffelend deelt hij dit van wrok doortrokken gedicht. Je ziet zijn passie aanzwellen wanneer hij vertelt over zijn nieuwste dichtbundel Beeld verplaatst (2010). Aan het eind van zijn verhaal moet ook Zwagerman zich haasten naar de live radio-uitzending van VPRO’s de Avonden.

PAX
Wat al meteen de aandacht trekt is de aanwezigheid van Habek; het platform voor Nederlandstalige Hiphop gevestigd aan de Utrechtse Zeedijk. Vertegenwoordigd vanavond zijn PAX en Kapabel. Kapabel is in de Leeskamer aan het woord en PAX staat samen met toetsenist Niels Broos in de Raadzaal. Pax neemt het woord, wat een verhaal wordt, filosofeert, en daagt zijn publiek uit mee te denken, te praten, over ons bestaan, democratisch, we zitten immers in de Raadzaal. Deze bijzonder verweven hersenspinsels vloeien door Niels’ pianospel recht naar binnen.
Ruben van Gogh vervolgt na dit optreden zijn voorzitterschap in de Dichtersvergadering, waar hij Leesbaar Utrecht vertegenwoordigt. Al even democratisch zijn zes zittende dichters aan het woord; Stijn Vranken, Vrouwkje Tuinman, Ted van Lieshout, Y.M. Dangre, Piet Gerbrandy en Jan Boerstoel, en drie leden van de oppositie; Marein Baars, Daniël Vis en Peter Knipmeijer. Het politieke spelletje dat hier gespeeld gaat worden is simpel maar doeltreffend. Elke zittende dichter draagt iets voor uit eigen werk, waarna een andere dichter kan reageren met een van zijn gedichten. De associaties zijn grenzeloos en lopen uiteen van ritme, tot woord, naar missend woord, van thema tot tegenstelling, en van bloempjes tot bestialiteit. Een uur lang worden we van hot naar her door de Raadzaal geslingerd om uiteindelijk met een vol hoofd de zaal te verlaten.

Uitpuffen
Als een waar festival sluit het Huis van de Poëzie af met een band, bier en hapjes. Andy & The Androids weten het publiek niet echt te bekoren, maar zijn en goed excuus om nog even te blijven plakken. Ook blijft er nog wat anders plakken; het Huis heeft namelijk de traditie om op iedere locatie iets achter te laten. Voor deze lustrumeditie zijn dat de regels van Ingmar Heytzes ambtsgedicht vereeuwigd op de muur van het Stadhuis:
Gun ons de wijsheid van uw bewoners;
Laat deze raad hun vragen horen
En hun ware spreekbuis zijn
tekst: Hanna Vlaming | foto’s: Liesbeth Meenink

Op zijn gemakje
Wat is er lekkerder dan onvoorbereid naar een festival te gaan en alles onverstoord over je heen te laten komen? Het Huis van de Poëzie leent zich uitstekend voor een dergelijk onbekommerd rondzwerven. De locaties waar het Huis zich elk jaar voor een korte tijd vestigt spelen hier een belangrijke rol in. Het Huis nodigt je uit in gebouwen die je zonder een bepaalde fetisj niet snel van binnen ziet, zoals Sterrenwacht Sonnenborgh (2007), het Geldmuseum (2008) en Grand Hotel Karel V (2010). Ook het Utrechtse stadhuis is zo’n locatie waar je nooit echt doordringt tot de achterkamertjespolitiek. Vanavond wel.
In de Grote Hal start om acht uur precies de opening met gast en gastheer Aleid Wolfsen, die ons met wat Sinterklaasrijm en een grote glimlach verwelkomt. Onze eerste Dichter des Vaderlands, Gerrit Komrij, volgt hem op met een grauw gedicht over Utrecht. Ten slotte worden we nog getrakteerd op stadsdichter van Utrecht, Ingmar Heytze.
Dan breekt er toch langzamerhand een lichte vorm van paniek uit. Het programmaboekje doorbladerend leert dat er tijdens de opening al van alles begonnen is. En die achterkamertjes zijn ook daadwerkelijk kamertjes voor soms slechts max. 40 mensen.

De spurt erin
Het rondzwerven wordt een haastige speurtocht die van de overvolle Raadzaal naar de “okay nog twee plaatsen” volle Perszaal leidt: Salon Saffier presenteert Jan Jacob Slauerhoff. Salon Saffier is een klein theater dat aandacht geeft aan dode of in de vergetelheid geraakte schrijvers. Biograaf Wim Hazeu doet een boekje open over het leven en werk van de wereldreiziger en befaamd dichter Slauerhoff. Acteur Boris van den Wijngaard brengt Slauerhoff tot leven door in de gedachtes van de dichter te kruipen.
Van deze geschiedenisles in de oude kamer van de burgemeester wordt de tocht voortgezet naar de alom presente Joost Zwagerman. Er staat een enorme rij geïnteresseerden en met een beetje machtsmisbruik blijken ook hier nog net twee staanplaatsen vrij te zijn. Zwagerman zit aan het hoofd van de amandelvormige tafel, zijn fans om hem heen geschaard. Hij begint met gedichten uit zijn vroege periode, zoals de bundel De ziekte van jij (1988). Het zijn gedichten over een hevige liefde die haatdragender worden wanneer het Jij vertrokken is. Gniffelend deelt hij dit van wrok doortrokken gedicht. Je ziet zijn passie aanzwellen wanneer hij vertelt over zijn nieuwste dichtbundel Beeld verplaatst (2010). Aan het eind van zijn verhaal moet ook Zwagerman zich haasten naar de live radio-uitzending van VPRO’s de Avonden.

PAX
Wat al meteen de aandacht trekt is de aanwezigheid van Habek; het platform voor Nederlandstalige Hiphop gevestigd aan de Utrechtse Zeedijk. Vertegenwoordigd vanavond zijn PAX en Kapabel. Kapabel is in de Leeskamer aan het woord en PAX staat samen met toetsenist Niels Broos in de Raadzaal. Pax neemt het woord, wat een verhaal wordt, filosofeert, en daagt zijn publiek uit mee te denken, te praten, over ons bestaan, democratisch, we zitten immers in de Raadzaal. Deze bijzonder verweven hersenspinsels vloeien door Niels’ pianospel recht naar binnen.
Ruben van Gogh vervolgt na dit optreden zijn voorzitterschap in de Dichtersvergadering, waar hij Leesbaar Utrecht vertegenwoordigt. Al even democratisch zijn zes zittende dichters aan het woord; Stijn Vranken, Vrouwkje Tuinman, Ted van Lieshout, Y.M. Dangre, Piet Gerbrandy en Jan Boerstoel, en drie leden van de oppositie; Marein Baars, Daniël Vis en Peter Knipmeijer. Het politieke spelletje dat hier gespeeld gaat worden is simpel maar doeltreffend. Elke zittende dichter draagt iets voor uit eigen werk, waarna een andere dichter kan reageren met een van zijn gedichten. De associaties zijn grenzeloos en lopen uiteen van ritme, tot woord, naar missend woord, van thema tot tegenstelling, en van bloempjes tot bestialiteit. Een uur lang worden we van hot naar her door de Raadzaal geslingerd om uiteindelijk met een vol hoofd de zaal te verlaten.

Uitpuffen
Als een waar festival sluit het Huis van de Poëzie af met een band, bier en hapjes. Andy & The Androids weten het publiek niet echt te bekoren, maar zijn en goed excuus om nog even te blijven plakken. Ook blijft er nog wat anders plakken; het Huis heeft namelijk de traditie om op iedere locatie iets achter te laten. Voor deze lustrumeditie zijn dat de regels van Ingmar Heytzes ambtsgedicht vereeuwigd op de muur van het Stadhuis:
Gun ons de wijsheid van uw bewoners;
Laat deze raad hun vragen horen
En hun ware spreekbuis zijn










