Home / literatuur-lezing / Monografie van de mond

Recensie

Monografie van de mond

22-4-2008 | literatuur-lezing | 
|
Drie jaar geleden kwam de schrijfster Carl Friedman in opspraak. In publicaties en interviews had ze zich voorgedaan als joods; ze schreef ook voornamelijk over joodse kwesties – over de holocaust en Israël. In Tralievader beschrijft ze indringend het leed van haar eigen familie. Ze gaf samen met concentratiekampslachtoffers een lezing op een congres over de jodenvervolging. Bij de begrafenis van de auteur G.L. Durlacher heeft ze zelfs de kaddish gebeden.
tekst: Philip Sauer

En toen bleek, dat Carl Friedman helemaal geen joodse achtergrond heeft maar een Rooms-Katholieke. Ze heet ook geen Carl Friedman maar Carolina Klop en ze komt uit Brabant. In de consternatie die volgde, verwees Joost Zwagerman naar het boekje Het verlangen joods te zijn van David Wolpe, waarin zo'n doorgeslagen verlangen een andere identiteit te willen hebben als pathologisch, als een ziektebeeld wordt beschouwd.

Met Willem Jardin, schrijver van Monografie van de mond, is iets vergelijkbaars aan de hand. Hij heeft voor zijn debuutroman joodse hoofdpersonages gekozen, en wentelt zich driehonderd moeizame pagina’s lang in joodse geschiedenis en in joods lijden. Maar Willem Jardin, zo leert een beetje onderzoek, is zelf allerminst joods. Hij heet in werkelijkheid Du Gardijn, is afkomstig uit een dorp op de Veluwe, en stamt af van een streng gereformeerde dominee.

Bij zo'n kwestie draait het vooral om de toon. Je kunt natuurlijk alles wat je wilt beschrijven, maar wanneer je een onderwerp neemt waarbij enige piëteit gewenst is, zoals de holocaust, krijgt een neiging tot al te grote identificatie al vlug iets pijnlijks of, in dit geval, onsmakelijks. Het zit hem bij Monografie van de mond in de oeverloze, obsessieve opsomming van meer of minder bekende feiten – voor de lezer een geschiedenisles, want alles wekt de indruk rechtstreeks overgenomen te zijn van L. de Jong en andere chroniqueurs, maar voor de auteur (en die indruk bekruipt je steeds sterker) iets om in te zwelgen. Dit blijkt met name ook uit de al te nadrukkelijke symboliek. De grootvader van de hoofdpersonages – twee joodse broers – heeft een kampverleden en is, hoe sprekend, té sprekend, slachter in het abattoir. In een liefdesscène tussen hoofdpersonage Frank en het meisje Naomi moet de eerste de laatste kaalscheren. En tja, de vader van de twee jongens is tandarts; het boek eindigt met een beschouwing over de mond van Hitler.

Zoveel opgelegde symboliek schiet haar doel voorbij. Ze geeft het boek niet alleen een opzichtige constructie, die altijd ten koste gaat van de personages – ze geeft het in dit geval ook iets klefs.

Er is tussen Carl Friedman en Willem Jardin wel een belangrijk verschil. Wat je verder ook van Friedman denkt, ze kan geweldig schrijven. Ze heeft een prachtige stijl en haar verhalen, hoe merkwaardig ook achteraf, zijn hartveroverend. Bij Willem Jardin daarentegen vraag je je af wat in 's hemelsnaam de redactie van Meulenhoff bezielt om deze roman de aanprijzingen 'stilistische brille', 'virtuoos' en 'zinderend' mee te geven. Want Monografie van de mond is een zielloos, onthutsend slecht geschreven boek. Een pretentieus boek bovendien: het wemelt van de overspannen, kitscherige passages à la "Fluïde trillingen uit het koperwerk van Coltrane vulden de kamer en zweefden door het dikke glas van zijn appartementsramen de buitenruimte in om kaatsend tussen de woontorens, de kantoren en hotels af te dalen […]. Trillingen uit instrumenten was een mooie vertaling van contact tussen mensen." Een ander gênant aspect is dat de auteur, door het in de tekst plaatsen van suggestieve zwartwitfoto’s, een graantje lijkt te willen meepikken van het succes van de boeken van W.G. Sebald. Maar zoals zo vaak met dit soort vondsten werkt het één keer, daarna wordt het armoedig.

Ten slotte is Monografie van de mond opvallend humorloos; het enige dat op de lachspieren werkt is de achterflap, waarop zonder blikken of blozen wordt gesteld dat Willem Jardin "met mystiek engagement grote thema’s aansnijdt".

Ergens op het internet afficheert Willem Jardin zich vermetel als 'writer and art philosopher'.
'Clown' zou misschien meer op zijn plaats zijn.

Informatie

tags:carl friedman, meulenhoff