Home / literatuur-lezing / Poëziewonder

Laura Demelza Bosma

Poëziewonder

11-3-2008 | literatuur-lezing | 
|
Vreemd genoeg zijn de gedichten van jeugdig poëziewonder Laura Demelza Bosma zowel heel toegankelijk als heel ondoorgrondelijk. Haar werk ademt een heel sterke sfeer. Dit maakt dat alle woorden kloppen. Als een paleontoloog te gaan graven en navorsen wat er eigenlijk staat, is moeilijk.
tekst: Joris Michels

Hoewel de Nederlandse taal bedoeld lijkt voor Laura's poëzie, stamt ze uit Friesland. Tussen de Noordelijke weilanden waaien misschien de woorden wat vrijer. Of Laura is buitengewoon goed ingetuned op de bron van alle poëzie, wat die bron ook zijn moge. Tegenwoordig woont Laura in Utrecht. Nou ja, de provincie Utrecht dan. En dat gegeven, gepaard aan haar talent, is genoeg reden om haar te willen claimen en inlijven. Met een beetje geluk gaat zij de geschiedenis in als de eerste Utrechtse winnares van de Nobelprijs voor de literatuur.

Haar eerste bundel heet Zo vliegen de walvissen. Ingmar Heytze laat zich op de achterkant als volgt over de inhoud uit: "Laura Demelza schrijft gedichten als neervlijmende guillotines. Zelden schreef zo'n jong talent zulke trefzekere, illusieloze gedichten vol sprookjesachtige beklemming en verontrustende ontboezemingen. Inktzwart en hagelwit vloeien tegen elkaar in; de verschrikking herbergt eveneveel schoonheid als de schoonheid verschrikking. Met Zo vliegen de walvissen wordt een van de grootste beloftes van dit jaar ingelost." Dat Ingmar ook een knap dichter is, moge blijken uit de frase 'Inktzwart en hagelwit vloeien tegen elkaar in', waarin het woord bloeien terecht en trefzeker de associatie met bloedend rood oproept. Zoals alle grote sprookjes (Sneeuwwitje, fascisme, Feyenoord) steunt ook deze bundel namelijk op deze driekleur. Als ik er een slag naar slaan mag, zou ik de thematiek van het bundeltje (uiterst kort door de bocht) willen proberen samen te vatten met een stempel als 'vrouwelijkheid tussen hemel en dood'.

Een kort gedicht als Amerika voedt mijn overtuiging dat Laura, in haar werk, op deze Dreibein leunt:

"Ik wil een pony om op te rijden aan tij dat nooit keert
en een geweer om ons te beschermen."

Allereerst, eer ik me aan een amateuristische vrijblijvende interpretatie waag, wil ik roepen dat die paar woorden zo'n rijkheid aan inhoud en beeld in zich dragen. Pony: exemplarisch voor het gedomesticeerd karakter van de ontembare vrouwelijke kracht van het oerpaard waar het van afstamt. Rijden: associaties met seksualiteit, met gedragen worden, met beweging, met kracht en krachteloosheid, veiligheid en avontuur. Het tij dat nooit keert, de zee, de vrouwelijke oerkracht, nat, zilt en erg groot. Een tij dat nooit keert, dat is een eeuwige staat van vloed, van agressie, expansie ten koste van het land, vrouwelijkheid prevalerend boven mannelijkheid. En een geweer. Om ons te beschermen. Wat kan je daar nou van zeggen? Samenvattend? Het verlangen naar een stilstaande balans tussen de krachten van het mannelijke en het vrouwelijk streven. Hoewel dat misschien niet typisch Amerikaans is. Het is ook maar één van meerdere mogelijke interpretaties. Hoe het ook zij, haar poëzie raakt. Haar bundel beklijft. Sommige boeken blijven je bij, deze bundel blijft bij je.

Laura doet het ook live. 15 maart staat ze op het boekenbal in de Amersfoorter bieb. Ze zal daar zingen (wat een multitalent!), muzikaal begeleid door Jornt Duyx. 16 maart is zij te bewonderen in Café Hofman. Met dank aan het Poëziecircus.

Informatie

reacties

Aanbevolen

Nieuwjaarspoezie
Boekenweekeditie

Verslag

mightysociety 2 & 3