Home / muziek / Le Guess Who? '09 volgens Yoram

Hoogte- en dieptepunten

Le Guess Who? '09 volgens Yoram

8-12-2009 | muziek | 
|
Le Guess Who? 2009 is weer geweest. Dit jaar heeft het festival nóg meer grenzen opgezocht, nog meer aangesloten podia, en een nog grotere line-up aan interessante artiesten die al een gevestigde naam zijn, of nog volkomen onbekend.
tekst: Yoram van Hees

“The Tragically Hip kunnen twee avonden achtereen de grootste zaal van Canada uitverkopen, wij krijgen nog niet eens het kleinste toilet vol voor 12 seconden.” Aldus Damian Abraham, alias Pink Eyes (what’s in a name…), de frontman van Fucked Up.

The Tragically Hip opent ook Le Guess Who? 2009 met twee sets in Tivoli Oudegracht; het zou uitverkocht moeten zijn, maar het oogt allemaal redelijk rustig. Dat neemt niet weg dat de band erg enthousiast is en vol overgave begint aan de eerste set. Het overwegend oude publiek zingt met de nummers mee, en een handjevol gaat vooraan helemaal uit hun dak. Zanger Gordon Downie is de frontman van de band, maar de ‘dingetjes’ die hij meeneemt naar het podium leiden de aandacht erg af. Afgevraagd kan worden hoezeer de overige navelstarende bandleden een publiek zouden hebben vermaakt, maar Downie wordt een parodie op zichzelf, en dus ook de band. Zijn trekjes en gebaren worden binnen een klein uur vervelend, en hiernaast laat hij telkens zien hoe goed hij zakdoekjes kan opvangen die een roadie backstage toegooit, en welke trucjes hij daar allemaal mee kan. Ruim twintig zakdoekjes schieten in een uur over het podium! Downie heeft een dergelijke karakteristieke stem die wellicht ook te vergelijken zou kunnen zijn met een Michael Stipe (R.E.M.), maar in alle overdrevenheid waarop hij live zijn teksten zingt (uitbeeldend en met overdreven gezichtsuitdrukkingen) ondermijnt hij de semi-intellectuele poprock van de Hip.

Fucked Up daarentegen, speelt op zaterdag EKKO plat. Hoewel de basis van de band in de hardcore punk ligt, wordt hier een heerlijk potje strakke rock gespeeld met puntige gitaren, en een rusteloze ritmesectie. De aandacht op de geweldige band op het podium wordt echter tijdens de show vaak afgeleid door frontman Pink Eyes, die de hele zaal doorloopt en ook een paar uitstapjes doet naar het restaurant van EKKO. De zwaarlijvige zanger gaat zo ver als het snoer van zijn microfoon hem toestaat, en verkent elke hoek van EKKO: hij hangt zichzelf aan het snoer op, tilt mensen op, volgt ze naar het toilet, jat een emmer, klimt op verhogingen en doet terloops nog een paaldans. Het leidt af, maar het maakt ook het optreden van Fucked Up: de punk-attitude van Pink Eyes die zich tot op de onderbroek uitkleedt, poseert voor de fotografen om te laten zien dat dikke mensen óók mooi zijn (“Beth Ditto, eat your heart out”), en door twee dappere toeschouwers wordt opgetild en door de zaal wordt gedragen. En de band speelt maar door en door en bewijst de terechte winnaars te zijn van de Canadese Polaris Price voor beste album met hun geweldige ‘The Chemistry Of Common Life’, die geluisterd zou moeten worden door iedereen die vies is van het woord ‘punk’.

Maar de zaterdag had meer goeds te bieden dan alleen Fucked Up. Megafaun krijgt in Tivoli het publiek al vroeg op de avond mee én in de stemming met hun folk-liedjes waarbinnen de band van harmonieus naar experimenteel en terug schiet. Hun tourmaatjes The Dodos pakken het stokje met gemak over en zo begint de avond in Tivoli al met twee hoogtepunten. Waar The Dodos uw verslaggever vorig jaar niet konden bekoren, lijken ze als drietal het vuur gevonden te hebben en vanavond spelen ze hit na hit. Vorig jaar klonk het allemaal nog te vrijblijvend, maar met de toevoeging van een vibrafoon lijkt de band het ideale eigen geluid te hebben gevonden, met onweerstaanbaar snelle en ingewikkelde ritmes, een rauw (akoestisch) gitaargeluid en live gesamplede zang. Gaat dat zien en horen! The Dodos leven.

Natuurlijk zijn er ook dieptepunten. Waar Ben Chasney’s Six Organs Of Admittance op plaat naar de postrock wil neigen, klinkt het vrijdagavond als zwaar ongeïnspireerde psychedelische folk met een gitariste die niet lijkt te weten hoe haar instrument echt werkt en daarom ten doel is gesteld om de saaie noise-uitbarstingen uit te voeren. En ook Bibio, die met ‘Ambivalence Avenue’ een van de leukste platen van het jaar heeft gemaakt, kwam live niet uit de verf. Weg was de knisperende kampvuurelectronica met akoestische gitaar en zwevende vocalen. Met zijn DJ-set brengt hij remixen van zijn nummers waarbij de dromerige sfeer naar achteren wordt gemixt, en het vooral lijkt te gaan om de grove bas, die door de mudvol gestroomde Tivoli de Helling dreunt. Een groter contrast is nauwelijks mogelijk (ik kijk zeven keer in mijn programmaboekje en kijk ’s ochtends nog even na of die man op het podium écht Bibio was) en daarnaast is het tempo dusdanig traag dat er niet eens op gedanst kan worden.

Met Le Guess Who? heeft Utrecht een festival van het formaat van een Crossing Border. Op de verschillende lokaties zat de sfeer er goed in en de line-up had voor iedereen iets leuks te bieden. De communicatie tussen de verschillende lokaties liet wel te wensen over: bij Tivoli had je gratis garderobe met je passe-partout, maar bij EKKO niet. En als een bezoeker van lokatie naar lokatie wilde gaan, was een fiets eigenlijk wel een vereiste, waardoor de échte festivalbezoekers waarschijnlijk uit Utrecht zelf kwamen. Ook is de vraag hoeveel bezoekers daadwerkelijk dB’s hebben bezocht, dat als enige lokatie (ver) uit het centrum lag en waarvan niet eens stond aangegeven hoe het te bereiken was vanuit de stad.

Daartegenover staan natuurlijk de geweldige artiesten die geprogrammeerd waren uit verschillende muzikale spectra. Hierboven staan een aantal hoogtepunten genoemd, maar daarvan waren er meer, veel meer (Micah P. Hinson, Huoratron, Lightning Dust). Helaas konden we niet op meer plekken tegelijk zijn…

Aanbevolen

Column

De Utrecht Popprijs

Tip

Le Guess Who? 2009

Verslag

LGW: zaterdag
Le Guess Who?

Recensie

We Are Scientists

Recensie

Alexi Murdoch

Recensie

Cloud Control

Tip

Vlaams gras