Driedeling grijs & de oerknal
Bambierambam
22-12-2011 | theater |
Het begon allemaal op de Amsterdamse mime-opleiding in 1995 met Jochem Stavenuiter en Paul van der Laan. Hier ontstond de groep Bambie en tot op de dag van vandaag maken ze voorstellingen. Bambie heeft al verschillende prijzen gewonnen, speelt in binnen- en buitenland en heeft in de loop der jaren een enthousiast publiek opgebouwd. Momenteel spelen ze hun "rambam", een greep uit de voorstellingen door de jaren heen, hier in Theater Kikker.
Bambie 6, een bewegingsvoorstelling in driedeling grijs
Hoeveel emoties kan een mens binnen houden voor hij ontploft? Dat was de vraag die Bambie zichzelf stelde bij het maken van nummer 6 in 1999. Met Gerindo Kamid Kartadinata als gastspeler en mede maker van en speler in deze voorstelling.
Het begint met een krakerig filmpje van drie oude mannetjes in pak (de vaders van Jochem, Paul en Gerindo) die een koelkast vinden. Deze dragen ze door land en veld om 'm vervolgens in een lege woonkamer neer te zetten.
Op het toneel staat die koelkast ook en er is een grote deur. Wanneer de deur langzaam open gaat, lijkt er een knie door te komen, al blijken het uiteindelijk billen te zijn. Verrassend en pakkend vanaf het begin. Het naakt is naakt en niet meer of minder dan dat. Door de houding en het aftasten van de grond met de voeten, kijk je naar zoveel meer dan een naakt lichaam. Het is niet zozeer een lichaam meer, maar een geheel van van alles. Iedere beweging trekt de aandacht.
Wanneer de mannen bij de koelkast komen is het een kledingkast en het driedelig grijs wordt aangetrokken. Al is dit een hele worsteling: in gevecht met de broekspijpen, knoopjes die de hals geen lucht meer willen geven of schoenen die een ander schoppen. De macht en de verstikking van het herenkostuum. Maar ook de eigen armen doen niet wat er van ze verwacht wordt en de kleding-koelkast is soms een zwart gat die de mannen naar zich toe slurpt.
Drie jonge mannen die willen opgroeien maar niet weten hoe, ze tasten af bij Elvis Presley maar ook de ex-Sovjet generaal Alexander Lebed. Zo is de koelkast dan ineens een spreektafel. Intriges en politiek gekonkel staan in scherp contrast met kameraadschappelijke rituelen: het ene moment wordt er geproost, het volgende moment wordt iemand achter de deur afgemaakt. Maar aan het einde gaan ze weer terug naar het begin, de pakken gaan uit en dit uit zich in bevrijding en ontlading.
Hoe zwaar sommige dingen ook lijken, het wordt zo goed fysiek en beeldend gebracht dat het juist ruimte krijgt om ontzettend grappig te kunnen zijn. Er zitten meerdere kanten aan Bambie 6, zo creëert Bambie afstand van het onderwerp maar zit er ook midden in. Het is zoveel meer dan een bewegingsvoorstelling in driedelig grijs, die overigens terecht de VSCD-Mimeprijs in 2000 gewonnen heeft.
Bambie 1, de oerbambie
In de kleine zaal staan bij binnenkomst Jochem en Paul op toneel en begroeten het binnenkomend publiek. Er wordt verteld dat dit de allereerste Bambie is, een korte voorstelling van een reeks (Bambie 1 t/m 4 met overkoepelend thema: zwakte in al zijn verschijningsvormen).
Gebukt strompelen de twee over het podium, de cake en koffie staan klaar maar de één mag het niet nuttigen. Omdat de ander het speciaal gezet heeft en er ook een lekkernij bij zit probeert hij het toch zijn pruilende mond in te krijgen. Alles valt in beide gevallen wanneer het zijn mond raakt over zijn broek met een hevige snik erachteraan. Hier zien we fysieke en mentale zwakheid overheersen. Het is overdreven maar zo groot en erg goed overdreven, waardoor het ontroerd en raakt.
Aan het einde spuit Paul van der Laan met de weinige kracht die hij nog heeft een groot hart van slagroom op de grond om Jochem Stavenuiter. Alleen de bus slagroom haalt het begin van het hart niet om het te sluiten en weer barsten ze beide in huilen uit. Opeens besluit Van der Laan het als ingang te zien en 'klopt aan'. Hij wordt binnen gelaten in het hart. Een zachte "aawh", vol van al het aandoenlijke op het podium, klinkt door het publiek met daarna een daverend applaus.
Bambie 6, een bewegingsvoorstelling in driedeling grijs
Hoeveel emoties kan een mens binnen houden voor hij ontploft? Dat was de vraag die Bambie zichzelf stelde bij het maken van nummer 6 in 1999. Met Gerindo Kamid Kartadinata als gastspeler en mede maker van en speler in deze voorstelling.Het begint met een krakerig filmpje van drie oude mannetjes in pak (de vaders van Jochem, Paul en Gerindo) die een koelkast vinden. Deze dragen ze door land en veld om 'm vervolgens in een lege woonkamer neer te zetten.
Op het toneel staat die koelkast ook en er is een grote deur. Wanneer de deur langzaam open gaat, lijkt er een knie door te komen, al blijken het uiteindelijk billen te zijn. Verrassend en pakkend vanaf het begin. Het naakt is naakt en niet meer of minder dan dat. Door de houding en het aftasten van de grond met de voeten, kijk je naar zoveel meer dan een naakt lichaam. Het is niet zozeer een lichaam meer, maar een geheel van van alles. Iedere beweging trekt de aandacht.
Wanneer de mannen bij de koelkast komen is het een kledingkast en het driedelig grijs wordt aangetrokken. Al is dit een hele worsteling: in gevecht met de broekspijpen, knoopjes die de hals geen lucht meer willen geven of schoenen die een ander schoppen. De macht en de verstikking van het herenkostuum. Maar ook de eigen armen doen niet wat er van ze verwacht wordt en de kleding-koelkast is soms een zwart gat die de mannen naar zich toe slurpt.
Drie jonge mannen die willen opgroeien maar niet weten hoe, ze tasten af bij Elvis Presley maar ook de ex-Sovjet generaal Alexander Lebed. Zo is de koelkast dan ineens een spreektafel. Intriges en politiek gekonkel staan in scherp contrast met kameraadschappelijke rituelen: het ene moment wordt er geproost, het volgende moment wordt iemand achter de deur afgemaakt. Maar aan het einde gaan ze weer terug naar het begin, de pakken gaan uit en dit uit zich in bevrijding en ontlading.
Hoe zwaar sommige dingen ook lijken, het wordt zo goed fysiek en beeldend gebracht dat het juist ruimte krijgt om ontzettend grappig te kunnen zijn. Er zitten meerdere kanten aan Bambie 6, zo creëert Bambie afstand van het onderwerp maar zit er ook midden in. Het is zoveel meer dan een bewegingsvoorstelling in driedelig grijs, die overigens terecht de VSCD-Mimeprijs in 2000 gewonnen heeft.
Bambie 1, de oerbambie
In de kleine zaal staan bij binnenkomst Jochem en Paul op toneel en begroeten het binnenkomend publiek. Er wordt verteld dat dit de allereerste Bambie is, een korte voorstelling van een reeks (Bambie 1 t/m 4 met overkoepelend thema: zwakte in al zijn verschijningsvormen).Gebukt strompelen de twee over het podium, de cake en koffie staan klaar maar de één mag het niet nuttigen. Omdat de ander het speciaal gezet heeft en er ook een lekkernij bij zit probeert hij het toch zijn pruilende mond in te krijgen. Alles valt in beide gevallen wanneer het zijn mond raakt over zijn broek met een hevige snik erachteraan. Hier zien we fysieke en mentale zwakheid overheersen. Het is overdreven maar zo groot en erg goed overdreven, waardoor het ontroerd en raakt.
Aan het einde spuit Paul van der Laan met de weinige kracht die hij nog heeft een groot hart van slagroom op de grond om Jochem Stavenuiter. Alleen de bus slagroom haalt het begin van het hart niet om het te sluiten en weer barsten ze beide in huilen uit. Opeens besluit Van der Laan het als ingang te zien en 'klopt aan'. Hij wordt binnen gelaten in het hart. Een zachte "aawh", vol van al het aandoenlijke op het podium, klinkt door het publiek met daarna een daverend applaus.










