Geen gemakkelijke kost
De President
26-10-2011 | theater |
De Veere, gelegenheidsgezelschap van ’t Barre Land, Maatschappij Discordia en wisselende gasten, brengt maandelijks wereldrepertoire; vorige maand werd ‘De Kersentuin’ van Anton Tjechov gespeeld deze maand was het de beurt van ‘De President’ van Thomas Bernhard.
Het toneelstuk De President komt uit 1975. In 1975, tijdens het eerste proces tegen de anarchistische terreurgroep Rote Armee Fraktion in Stuttgart, wordt een paar straten verder De President voor het eerst gespeeld, vier dagen na de première in Wenen. Het is inmiddels 2011 maar De Veere heeft de voorstelling niet actueel gemaakt, eerder ouderwets. Het gelegenheidsgezelschap blijft trouw aan de tijd aan van het stuk. De Schimpftirade van de Oostenrijkse schrijver is opgebouwd uit twee delen.
In het eerste deel maak je als publiek kennis met de vrouw van de president. Het speelt zich al in de slaapkamer van de president en zijn vrouw die beide worden aangekleed door de hulp, mevrouw Frölich. De presidentsvrouw is verschrikkelijk van slag omdat haar geliefde hond bij een aanslag van schrik het loodje heeft gelegd. In een lange monoloog vol woede en waarzin praat ze over de aanslag van de anarchisten en over de rest dat haar geluk in het leven bedreigt. Bij een aanslag op de president door anarchisten is hij er met een schampschot vanaf gekomen, maar zijn rechterhand, de overste, is gedood. De presidentsvrouw kan alleen maar rouwen om haar geliefde hondje. De komische momenten vinden plaats als de presidentsvrouw haar ongenoegen uit met ‘bleeeeh’ of ‘blaaah’.
Het tweede deel speelt in Estoril, een Portugese badplaats, waar de president na de aanslag naartoe is gegaan om bij te komen van de shock met zijn minnares, een derderangs toneelspeelster, die in het casino van het hotel al zijn geld verspeelt. Wederom komische momentjes door de loopjes van minnares, gespeeld door een man in een jurk, die gekregen de flappen van zijn president-minnaar vrolijk en bijna tot zijn eigen verbazing verspeelt. 'Hè 'is de enige tekst. De president vertelt in een monoloog over zijn mislukte huwelijk en praat over zijn passie: de politiek als hoogste vorm van kunst.
Een voorstelling over waanzin en macht vol met filosofische uitspraken, driftige herhalingen en af en toe een komisch momentje. Voor de Bernhard-liefhebber is dat misschien genieten geblazen, maar het is het geen gemakkelijke kost.
Als er na de Tweede Wereldoorlog in Europa één schrijver is geweest die schelden als een serieuze aangelegenheid, als een vorm van kunst beschouwde dan was het Bernhard. Zijn toneelstukken en boeken zijn een groots gevecht tegen zelfgenoegzaamheid, provincialisme en middelmatigheid.
Spel: Vincent van den Berg, Margijn Bosch, Martijn Nieuwerf, Czeslaw de Wijs, Carole van Ditshuyzen (Tijdelijke Samenscholing), e.a.
Het toneelstuk De President komt uit 1975. In 1975, tijdens het eerste proces tegen de anarchistische terreurgroep Rote Armee Fraktion in Stuttgart, wordt een paar straten verder De President voor het eerst gespeeld, vier dagen na de première in Wenen. Het is inmiddels 2011 maar De Veere heeft de voorstelling niet actueel gemaakt, eerder ouderwets. Het gelegenheidsgezelschap blijft trouw aan de tijd aan van het stuk. De Schimpftirade van de Oostenrijkse schrijver is opgebouwd uit twee delen.
In het eerste deel maak je als publiek kennis met de vrouw van de president. Het speelt zich al in de slaapkamer van de president en zijn vrouw die beide worden aangekleed door de hulp, mevrouw Frölich. De presidentsvrouw is verschrikkelijk van slag omdat haar geliefde hond bij een aanslag van schrik het loodje heeft gelegd. In een lange monoloog vol woede en waarzin praat ze over de aanslag van de anarchisten en over de rest dat haar geluk in het leven bedreigt. Bij een aanslag op de president door anarchisten is hij er met een schampschot vanaf gekomen, maar zijn rechterhand, de overste, is gedood. De presidentsvrouw kan alleen maar rouwen om haar geliefde hondje. De komische momenten vinden plaats als de presidentsvrouw haar ongenoegen uit met ‘bleeeeh’ of ‘blaaah’.
Het tweede deel speelt in Estoril, een Portugese badplaats, waar de president na de aanslag naartoe is gegaan om bij te komen van de shock met zijn minnares, een derderangs toneelspeelster, die in het casino van het hotel al zijn geld verspeelt. Wederom komische momentjes door de loopjes van minnares, gespeeld door een man in een jurk, die gekregen de flappen van zijn president-minnaar vrolijk en bijna tot zijn eigen verbazing verspeelt. 'Hè 'is de enige tekst. De president vertelt in een monoloog over zijn mislukte huwelijk en praat over zijn passie: de politiek als hoogste vorm van kunst.
Een voorstelling over waanzin en macht vol met filosofische uitspraken, driftige herhalingen en af en toe een komisch momentje. Voor de Bernhard-liefhebber is dat misschien genieten geblazen, maar het is het geen gemakkelijke kost.
Als er na de Tweede Wereldoorlog in Europa één schrijver is geweest die schelden als een serieuze aangelegenheid, als een vorm van kunst beschouwde dan was het Bernhard. Zijn toneelstukken en boeken zijn een groots gevecht tegen zelfgenoegzaamheid, provincialisme en middelmatigheid.
Spel: Vincent van den Berg, Margijn Bosch, Martijn Nieuwerf, Czeslaw de Wijs, Carole van Ditshuyzen (Tijdelijke Samenscholing), e.a.










